Home > Extra info
  
Kiemen
Op uw vensterbank uw eigen kiemgroenten maken Vers, goedkoop en zeer gezond!


De waarde van kiemen

De waarde van kiemen
Er is een oude Chinese legende die het verhaal vertelt van een groep Chinese landverhuizers die de Jang-tse-kiang rivier opvaart, op zoek naar een nieuw woongebied. Hun boot zit vol proviand. En zaaigoed voor later. Er steekt een verschrikkelijke storm op en de boot is een tijd lang speelbal in een nukkige onweersbui. Alle etenswaar slaat overboord. Alleen het zaaigoed blijft bewaard. Kletsnat alleen. Daar valt niets meer mee te beginnen, want alles begint nu al te ontkiemen.
Een aantal hongerige dagen later zetten de landverhuizers hun tanden in de jonge kiemplantjes. Zo slecht blijken die niet eens te smaken. Aangenaam verrast zijn de opvarenden ook als blijkt dat de eenvoudige, plantaardige maaltijd hen zo snel weer op krachten helpt te komen....

Chinese farmacie
Eeuwenlang zijn kiemen onderdeel geweest van het dieet van tientallen culturen in Oost en West.
Het gebruik ervan zou ouder zijn dan de Bijbel. Gekiemde zaden werden al gegeten in Mesopotami­ë, Egypte en het oude Griekenland. Volgens een publicatie van het Duitse ministerie van Landbouw teelden en aten de Chinezen 3000 jaar geleden al kiemen.
Andere bronnen reppen over oude manuscripten waaruit blijkt dat de Chinezen 5000 jaar geleden al regelmatig kiemen zouden hebben gegeten. De toenmalige keizer van China zou al geweten hebben van de therapeutische waarde van kiemen.
Aan het eind van de zestiende eeuw ging ene Li Shi Chen in zijn "Pen ts'ao kang mu" (een uitputtend werk over Chinese farmacie en kruiden) ook uitvoerig in op de medicinale waarde van kiemen. Chen schreef kiemen onder andere voor als remedie voor waterzucht en reumatiek. Nog altijd staan ontkiemde mung- en adukibonen in het verre oosten op veler menu.
Het Himalayavolk, de Hunza's, gebruikten kiemen om de winter mee door te komen.
Dichter bij huis stuiten we op het traditionele Zweese gerecht Kruska, gemaakt van ontkiemde granen en lijnzaad, dat de spijsvertering heet te bevorderen, vooral de vertering van zetmeelproducten.
Wat langer geleden, in de achttiende eeuw, propageerde de Engelse kapitein Cook het gebruik van ontkiemde granen als middel tegen scheurbuik. Cook brouwde een coctail van ontkiemde gerstekorrels, die hij gedurende lange tijd bij lage temperaturen had laten koken. Cook schijnt zijn hele drie jaar durende zeereis niet één man verloren te hebben, tenminste niet aan scheurbuik.

Eiwit-tekort
In de Verenigde staten werd tijdens WO II een campagne gelanceerd om de mensen vertrouwd te maken met het laten kiemen en eten van soyabonen. Men voorspelde een eiwit-tekort, dat evenwel uitbleef. In 1948 was iedereen de soyaboon weer vergeten. Behalve de veeboeren natuurlijk.
Want buiten bierbrouwerskringen bleven ontkiemde granen bekend als een prima dierlijk voedsel. In Noord-Frankrijk werden postduiven er vroeger mee gevoerd voor hun vertrek.
In enkele decennia  heeft het kiemen van granen, peulvruchten en oliehoudende zaden, weer enorm aan populariteit gewonnen.
In Duitsland kwam de Voorlichtingsdienst van het ministerie van Voeding, Land- en Bosbouw in 1994 met een enthousiaste en uiterst leeswaardige brochure over de waarde van kiemen. Daarin wordt verteld dat kiemen vaak veel hogere gehalten aan vitaminen bevatten dan groenten als kropsla, tomaten en wortelen; en ook dat de mineralen relatief makkelijk opneembaar zijn voor het menselijk lichaam en verder dat de eiwit- en vetkwaliteit door het kiemen in belangrijke mate verbeterd. 
In de jaren veertig zag Paul Burkhoder in zijn onderzoek voor de Amerikaanse Yale Universiteit de gehalten van sommige B vitaminen met honderden procenten toenemen. In proeven met haver bijvoorbeeld nam het gehalte aan vitamine B6 tijdens het kiemproces met 500 % toe; panthoteenzuur met 200 %; biotine met 50 % en vitamine B2 zelfs met 1300 %.
Uit andere onderzoeken valt op te maken dat ontkiemde granen en peulvruchten meer vitamine C bevatten dan bessen. In een kop alfalfakiemen zit evenveel vitamine C als in zes koppen sinaasappelsap.

Tonicum
Ann Wigmore is waarschijnlijk één van de belangrijkste en invloedrijkste propagandisten van het gebruik van kiemen geweest. Maar er waren ook andere  pleitbezorgers.
De Zwitserse natuurgeneeskundige Alfred Vogel bijvoorbeeld, die in de jaren zestig hoog opgaf van de waarde van ontkiemde tarwe, rogge en gerst, en deze aanbeval als probaat tonicum. Ontkiemde granen hadden de mens volgens hem iets te bieden wat zij "bij menige dure preparaten en tonicums" vergeefs zouden zoeken. "Een versterkend en bloedvormend middel zoals we niet gemakkelijk voor ons dure geld kunnen kopen". De werking verklaarde hij uit de aanwezigheid van het enzym diatase, dat tijdens het kiemproces wordt gevormd en zetmeel omzet in suiker.
Interessant is dat in relatief kleine kring hoog wordt opgegeven over de betekenis van het enzympreparaat vasolastine dat de bloedvaten zou reinigen van aangekoekte vetafzettingen.. Een preparaat dat zijn oorsprong ook al vindt in ontkiemde tarwe.
En dat kiemen begint met weken. Nog maar één generatie terug heel gebruikelijk: peulvruchten te weken leggen. Tegenwoordig hebben we de neiging om het over te slaan: dan koken we de linzen maar wat langer. In het food-life-dieet wordt elke graankorrel, elke noot, elke boon, zelfs elk sesamzaadje geweekt.
Zelfs een amandel niet uitloopt, maar alleen maar opzwelt wordt eerst te weken gelegd.
Neem de proef op de som, zegt Fabrice de Villeneuve in zijn boek 'Santé, mode d'emploi', eet maar eens twintig amandelen die 24 uur zijn geweekt en de volgende dag twintig ongeweekte amandelen....en trek uw conclusies.
Diezelfde ervaring had de Amerikaanse biochemis en voedingspionier Edward Howell toen hij begin twintigste eeuw aan het experimenteren was met flinke hoeveelheden noten als vleesvervanger en na een maand of twee meende te moeten opgeven omdat de noten als een blok op zijn maag lagen. Maar op dat moment, zegt hij in zijn boek 'Enzyme Nutrition', had nog niemand gehoord van enzym-inhibitoren.
Het weken neutraliseert deze stoffen in zaden, noten en granen die het kiemproces tegenhouden. Maar tegelijkertijd de vertering bemoeilijken.
Eigenlijk beginnen de zaden tijdens het weken al te kiemen. Het duidelijkst zichtbaar bij de snelste kiemer: het graan quinoa, dat na een aantal uren al met overduidelijke uitlopers het weekwater uitkomt.
In 1985 vatte Ann Wigmore alle claims aangaande de waarde van kiemen als volgt samen: "Kiemen behoren tot de geconcentreerdste bronnen van vitamines, mineralen, enzymen en aminozuren die er bestaan. Weinig hedendaags voedsel vereist bij de productie zo weinig tijd, energie en kosten, en levert toch zo veel voedingswaarde."
En: "Bij overvloedig gebruik hebben kiemen de eigenschap het lichaam jong te houden door de cellen van hoogwaardige voeding te voorzien en ze te helpen giftige afvalstoffen kwijt te raken."
Een groot gedeelte van dit verhaal is ontleend aan het blad "Vruchtbare Aarde" .

www.vruchtbareaarde.nl