Home > Extra info
  
Bessenmolen gietijzer


Tarwegrassap

  • Een wondermiddel voor uw gezondheid
  • En natuurlijke zelf gemaakt

De groene revolutie
Tarwe is ons basisvoedsel. Van de korrel wordt ons brood gemaakt. Maar voor het zover is, staat er een jong, sprietachtig plantje op het land. Het ziet eruit als gras. En het is ook een soort gras. Een jaar of zestig geleden zeer in trek in landen als Canada en de Verenigde Staten: vers geperst of in gedroogde vorm aangelengd met water. In de jaren veertig zelfs zo populair dat geen enkel ander voedingssupplement vaker over de toonbank ging. Uitwendig door artsen gebruikt bij de behandeling van wonden, zweren en huidziekten. De opkomst van de moderne antibiotica en de vitaminepil maakten een voorlopig einde aan die populariteit.
Sinds de jaren zestig en zeventig staan de graangrassen wederom in de belangstelling. In Japan richtte Yoshide Hagiwara (1925-2004) de schijnwerpers op gerstegras, en in Amerika gaf Ann Wigmore (1909-1993) de voorkeur aan tarwegras.
Geperst uit de piepjonge stengels van de tarweplant is het sap tegenwoordig overal in Amerika te koop - van juice-bar tot supermarkt; beschouwd als het betere alternatief voor een glas sinaasappelsap. En wie zich de moeite van de opkweek wil besparen kan tegenwoordig zonder probleem kant-en-klare bakken met tarwegras vinden. In Quebec (Canada) brengt een klein familiebedrijfje proties ingevroren tarwegrassap op de markt en in Duitsland is zelfs een soort abonnementensysteem geintroduceerd: wekelijkse levering van tarwegras van 23 euro de kilo.
Ook de wondhelende eigenschappen worden herontdekt: in Australie raakte een arts eind jaren negentig zo enthousiast over de uitwendige behandelingsmogelijkheden van tarwegrasextract dat hij het na 25.000 klinische observaties hoog tijd vond worden om zich middels een "website voor professionals" tot zijn medische collega's te richten.

Oude doos
In Nederland en België is het pionierswerk van de tot Amerikaanse genaturaliseerde Litouwse Ann Wigmore, altijd tamelijk onbekend gebleven. Een heel enkele keer kom je wel eens iemand tegen die een boek van haar in de kast heeft staan.
En een heel, heel enkele keer iemand die zich een lezing van haar weet te herinneren. Of een curieuze anekdote uit de oude doos. ("In Amerika gebruikten chirurgen vroeger tarwegrassap om hun instrumenten te ontsmetten"). Het is natuurlijk ook al weer 35 jaar geleden dat Wigmore Nederland aandeed voor een serie voordrachten.
Uit die tijd dateren twee Nederlandse vertalingen van Wigmore's eerste twee boeken. Maar dat is inmiddels zo lang geleden dat zelfs de openbare bibliotheken hun exemplaren hebben opgeruimd.
Het zal in diezelfde tijd zijn geweest, dat een Noord-Hollandse biologisch-dynamische boer Ann Wigmore voorstelde een hectare tarwe in te zaaien om de opkomende tarwesprieten tot tarwegrassap te verwerken. Dan konden er meer mensen worden bereikt dan middels de door Wigmore gepropageerde vensterbankteelt.
Het is er nooit van gekomen. Zij was er niet voor. De mensen moesten het zelf doen, vond ze. Zeker omdat de kwaliteit van het sap na de bereiding in rap tempo achteruit holt. Zij zag die dingen anders. Vers moest het zijn. Zoals alles wat de mens tot zich neemt zo vers mogelijk diende te zijn.

Wasbeertje
In haar eerste boek "Why Suffer?" beschrijft Wigmore haar ervaringen met een halfwild, wasachtig beertje (rolstaartbeer of kinkajoe) waar ze in de jaren vijftig een tijd lang voor zorgde. Van origine een vlees-eter, meende Wigmore-zoals iedereen in die jaren dacht dat de kinkajoe een carnivoor moest zijn. Het rolstaartbeertje hield zich in het wild onzichtbaar hoog op in de kruinen van het Midden- en Zuid-Amerikaanse regenwoud. Bijzonder moeilijk te observeren. Op basis van zijn gebit veronderstelde de wetenschap dat de kinkajoe een carnivoor moest zijn. Pas in de jaren negentig ontdekten zoologen dat het dier helemaal niet van vlees houdt en juist gek is op vruchten en nectar.
In overeenstemming met de toen gangbare opvattingen zette Wigmore haar kinkajoe rauw vlees voor en merkte op dat dit dier daar geen enkele belangstelling voor had en duidelijk de voorkeur gaf aan fruit. Maar dan vers fruit. Verse sinaasappelsap werd gretig opgelikt, maar alle ingevroren, ontdooide en vervolgens volgens voorschrift met water aangelengde sappen liet de rolstaartbeer onaangeroerd staan.
"Is het mogelijk dat er iets essentieels verloren gaat als een groente is geplukt, wordt opgeslagen en verwerkt?," vroeg Wigmore zich af. "En is het denkbaar dat wilde dieren dat onderscheid instinctief kunnen maken?"

Achtertuintjes
Ann Wigmore groeide op in een door oorlogsgeweld en plunderingen geteisterd Litouwen, onder de hoede van een grootmoeder die in de wijde omtrek bekendheid genoot vanwege haar (wat we tegenwoordig zouden noemen) natuurgeneeskundige kwaliteiten. Wigmore herinnert zich hoe ze samen voor het krieken van de dag op pad gingen om in bos en moeras de planten te zoeken die grootmoeder nodig had. "Anetta," zei haar oma op een dag. "Deze vreselijke oorlog is voorbij. We beginnen allemaal opnieuw. Maar jouw taak ligt aan de andere kant van de oceaan. Ik heb je opgevoed vanuit het idee dat jij mijn werk zult overnemen; anderen helpen genezen wanneer ik er niet meer zal zijn. Dat kan wel eens eerder zijn dan je denkt."
Wigmore stak de oceaan over, maakte kennis met de Amerikaanse levensstijl en de vanzelfsprekende luxe van witbrood, cola en hamburgers. En het dieet van  wortels, gras en grof brood uit haar kinderjaren leek een gewoonte uit de prehistorie.
Pas op latere leeftijd kreeg ze opnieuw belangstelling voor de lessen van haar grootmoeder en de relatie voeding-gezondheid. In de jaren vijftig, toen ze te maken kreeg met een serie gezondheidsklachten, greep ze instinctief terug naar de plantaardige, kruidenrijke voeding uit haar jeugd. Ze ging op zoek naar de Amerikaanse equivalenten van de haar bekende Litouwse kruiden, stroopte bibliotheken af voor afbeeldingen en informatie, en probeerde een kruidendrank samen te stellen die haar zou helpen op krachten te komen. Een proces waar ze uitgebreid verslag van deed in het tijdschrift dat ze in die tijd uitgaf.
De zoektocht kwam tot een abupt einde toen een Amerikaanse arts in interviews begon te wijzen op de giftigheid van veel alledaagse onkruiden. Hij wees er met klem op dat de gewone Amerikaanse achtertuintjes volstonden met tientallen dodelijke onkruiden die volgens hem 'bestreden' in plaats van 'gegeten' dienden te worden. Het gevaar lag overal op de loer.
En Wigmore ontving al gauw vele verontruste brieven en ze besloot een nieuwe weg in te slaan.

Graspulp
Ze herinnerde zich hoe enthousiast haar Litouwse grootmoeder was geweest over het gebruik van grassen. "Eens zullen weten wat de geheimzinnige kracht is van het verse groen dat zo snel verdwijnt wanneer het gras van zijn wortels is afgesneden," zei ze. 
Wigmore zegt zich uit haar hele door strijdgewoel geteisterde jeugd geen wolvenbeet, sabel- of kogelwond te herinneren die haar grootmoeder niet wist te genezen met behulp van graspulp. "Gras dat ze placht te malen tussen stenen, waarna ze de pulp met verse geitenmelk mengde en het mengsel vervolgens in de wonden goot om deze tenslotte te hechten." En had de zieke koning Nebukadnezar uit het Oude Testament niet de raad gekregen om het open veld in te gaan en te eten als de ossen? Knabbelen zieke honden en katten niet aan straatgras?
Gras. Maar welk gras? De wereld telde 4700 gras- en graansoorten; geen van alle giftig.
Welke soort was voor haar doel het meest geschikt?
Ze stuurde brieven naar honderden mensen over de hele wereld met het verzoek  haar zaden van grassen en granen te sturen. Met tientallen kwamen de pakketjes binnen. Zaden van pampagras uit Argentinië, boomgras uit Australië, blauwgras uit Kentucky, bamboezaad uit Japan, rijst uit China.
Alles werd uitgezaaid. Bijgestaan door een bevriende bodemdeskundige sloeg ze groei, wortelspreiding en stengelontwikkeling  nauwlettend gade.
Zeven grasachtigen haalden de tweede ronde. Daaronder bevonden zich rogge, luzerne, gierst, boekweit en tarwe. Wigmore zette de zeven  grasssen in potten op een rij, haalde er en poes bij die ze van een afstandje bleef observeren. Het beestje snuffelde aan elk van de zeven soorten grassprieten, maar begon uiteindelijk op het tarwegras te kauwen. Een experiment dat ze een aantal keren herhaalde met andere huisdieren. Steeds met dezelfde uitkomst: snufflen aan alles, kauwen op de tarwestengel.
Vervolgens kwamen twee groepen kuikens aan de beurt, van hetzelfde geslacht en hetzelfde broedsel. Ze kocht het beste kuikenvoer dat ze "in de handel" kon krijgen, en mengde bij één van beide groepen fijngehakt tarwegras door het kuikenvoer. Alle kuikens, uit beide groepen, bleven gezond. Maar vanaf de derde dag groeiden de met tarwegras bijgevoederde kuikens harder, ze werden groter en zwaarder; waren kwieker, zaten beter in de veren en zagen er gezonder uit.
In vervolgproeven lieten konijnen en katten gelijksoortige verschillen zien: meer eetlust, een snellere groei en een grotere vitaliteit. "Mensen die zelf kuikens haddden gehad, begrepen niet hoe het mogelijk was dat een handvol fijngesneden tarwegras dergelijke verschillen teweeg kunnen brengen. Als zo'n eenvoudige toevoeging tot zulke grote verchillen kon leiden, waarom had de pluimveefokkerij het geheim dan niet al veel eerder ontdekt?"

Nervositeit
Een nieuwe fase in haar onderzoek: ze perste het sap uit de tarwegrassprieten en testte het vervolgens uit op zichzelf en een aantal naaste vrienden. Het effect beschrijft ze als verbluffend. "Was ik tevoren door uitputting en nervositeit niet in staat geweest meer dan een paar uur per dag te werken, het gebruik van tarwegras scheen me zowel leniger als energieker te maken." Op aanraden van een bevriende arts staakte ze haar 'experimenten op vrienden en bekenden'. Ze diende de schijn te vermijden voor dokter te willen spelen. Ze nam het advies ter harte en richtte zich voortaan op mensen die 'niets meer van dokters of medicijnen te verwachten hadden', zoals ze zelf zei. Bedlegerige, zwakke, vermagerde mensen. Dagelijks kon ze maximaal zes van hen van  vers geperst tarwegras voorzien. Als we haar verslag in "Why Suffer?" mogen geloven resulterend in een indrukwekkende reeks successen. Mensen met zeer uiteenlopende klachten: van maagzweer, multiplesclerose tot artritis, reuma en suikerziekte  leken er baat bij te hebben. Mensen die vaak sceptisch aan Wigmore's dieet begonnen, om steeds enthousiaster te worden naar mate ze merkten dat pijnen en ongemakken binnen een paar weken begonnen te verminderen.
Elke minuut buiten haar eigenlijke werk ging zitten in het telen van het gras en het uitdelen van het sap aan iedereen die het maar hebben wilde. Waarna de vonk maar al te vaak oversloeg en ze haar werkterrein verlegde, om andere mensen te kunnen helpen.
Op een gegeven moment ging haar gedrevenheid zover dat ze een actie wilde opzetten om Afrikaanse lepraleiders aan tarwegras te helpen. Overtuigd als ze was van het genezingspotentieel schreef ze honderden congresleden een brief om haar aan veertig ton tarwe te helpen. Een plan dat stuk liep op de bepaling dat tarwe alleen als meel naar het buitenland mocht worden geëxporteerd. Een nieuw plan om dan Amerikaanse lepraleiders aan tarwegroentesap te helpen, liep stuk op eis dat de werking van tarwegrassap daarvoor eerst langdurig diende te worden getest.
In 1963 ging Wigmore's leven een nieuwe fase in met de oprichting van het eerste op haar ervaringen gebaseerde gezondheidscentrum (het Hippocrates Health Institute in Boston), waar iedereen heen kon gaan om een tijdje onder begeleiding te kuren. En waar ze de tijd vond om haar voedingsadviezen verder uit te werken en theoretisch te onderbouwen. Ze verdiepte zich in de wetenschappelijke literatuur over de geneeskrachtige waarde van chlorofyl, dat zij destijds als het werkzaamste bestanddeel van het tarwegras beschouwde; en niet alleen zij: tot in de jaren veertig werd chlorofyl gebruikt bij klachten als luchtweginfecties en bloedarmoede. De desinfecterende kwaliteiten van graangrasextracten werden in 1943 nog beschreven in het American Journal of Surgery.

Noten en zaden
Tarwegrassap was misschien het bekendste, maar zeker niet het enige element uit het dieet dat Wigmore propageerde. Ze gaf trouwens niet alleen voedingsadviezen, maar ging in een boek als "Be Your Own Doctor" ook op uiterst lezenswaardige wijze in op inmiddels aanzienlijk meer platgetreden paden als de betekenis van een goede nachtrust, voldoende lichaamsbeweging, frisse lucht en ontspanning, en de invloed van muziek.
Wat eten betreft is ze altijd blijven hameren op het belang van verse groente en vruchten. In haar standaardboek uit 1984 adviseert ze haar lezers elke dag twee tot vijf stuks fruit te nemen; tussendoor of als ontbijt, maar zeker niet vlak voor of na de maaltijd, omdat de zuren in het fruit de vertering van het zetmeel hinderen. Zoals ook eiwitten en koolhydraten niet goed combineren. Een belangrijk element uit Wigmore's life-food-dieet: twee of drie glazen van een even simpel als enzymrijk tarwe-aftreksel, bekend geworden onder de naam rejuvalec ("Een weldaad voor de spijsvertering"). Verder: beetje ongeraffineerde honing en liefst ook wat zeegroenten.
Maar als de naam Wigmore naast tarwegras ergens mee verbonden is, is het wel met ontkiemde granen en zaden: boekweitscheuten, alfalfa, linzenkiemen, gekiemde zonnebloempitten en al die andere jonge, meer of minder uitgelopen peulvruchten, zaden en granen. Liefst zes koppen kiemen per dag, verwerkt in soepen, salades en/of dranken.
Alle zaden, noten, granen en bonen legde ze voor het kiemen eerst te weken, om de stoffen te neutraliseren die het ontkiemingsproces tegenhouden en die ook de spijsvertering in de weg zitten. Al tijdens het weken komt het beoogde kiemproces op gang, waarvan Wigmore als één van de eersten de waarde herontdekte, en dat in een tijd dat het nog jaren zou duren voor een gezaghebbende krant als "The Wall Street Journal" een lang en enthousiast artikel aan de waarde van zou kiemen zou wijden of dat het Duitse ministerie van Voeding er een brochure over uit zou brengen.
Lange tijd heeft het gebruik van kiemen en tarwegras zich in Noord-Amerika en West-Europa louter en alleen verspreid via mond-tot-mondreclame. Zoals een Amerikaanse gebruiker het in zijn voorwoord in één van Wigmore's boeken zegt: "We teelden tarwegras en kiemen, en na Wigmore's dieet vier maanden te hebben gevolgd, voelden we ons fantastisch..

Saponderzoek
's Werelds meest geconcentreerde vloeibare voedingsmiddel wordt het sap van tarwegras en gerstegras wel genoemd. Een hoogwaardige bron van enzymen, vitaminen, mineralen en essentiele vetzuren.
De Japanse onderzoeker Yoshide Hagiwara heeft tweehonderd planten onderzocht op hun voedingswaarde. Zijn eerste keus, gertegrassap, bevatte elf maal zoveel calciuim als koeienmelk, vijf keer zoveel ijzer als spinazie en zevenmaal zoveel vitamine C als sinaasappels.
Zijn collega Kazuhiko Kubota (universiteit van Tokio), isoleerde het enzym PD41 uit gerstegrassap, dat goede diensten zou bewijzen bij het herstel van door röntgenstralen beschadigd erfelijk materiaal.
Ook het enzym SOD (waarvan wordt verondersteld dat het ontsteking-remmend werkt, het verouderingsproces kan helpen vertragen en de effecten van radioactieve straling kan verminderen) zit in gerste- en tarwegrassap.
In haar boek over tarwegras noemt Wigmore nog verschillende andere onderzoekers die zich met PD41, SOD en andere enzymen hebben beziggehouden. Aan de universiteit van Texas toonde Chiu-Nan Lai in vitro een duidelijk anticarcinogeen effect aan van extracten van linzen, mungbonen en tarwegras bij bacteriën. Lai zocht de werking vooral bij het chlorofyl in tarwegras.
De Australische arts Chris Reynolds zoekt de waarde van tarwegrassap vooral in een bijzondere groep moleculen, die sinds de jaren veertig bekend staan als "Grass Juice Factor."
Henk van der Kwast wijst in zijn nog te verschijnen boek "Basiskenmerken van gezonde voeding" op het enorme basenvormende vermogen van tarwegrassap en vooral ook de 'ongelooflijke elektronenrijkdom'. De meerwaarde, zegt hij, is niet zozeer materieel, maar energetisch. "Het sap helpt de in onze westerse beschaving vaak veel te geoxideerde lichamen het evenwicht te herstellen tussen oxidatie en reductie. Groene dranken en tarwegrassap zijn door hun overvloed aan elektronen in staat om de oxidatie van het aderlijk bloed te verlagen. En daarmee helpt tarwegras het lichaam zichzelf te herstellen."

Tarwegras in de praktijk
Moestuinders draaien er hun handen waarschijnlijk niet voor om. Maar wie geboren is zonder groene vingers kan het nog aardig lastig vinden. Belangrijkste tip: begin gewoon. En los de problemen al doende op. U kunt altijd iemand om advies vragen, een boek opslaan of internet raadplegen.
Onderstaande tips zijn bedoeld om u een eerste steuntje in de rug te geven.

Hoeveel sap?
Algemeen aanbevolen hoeveelheid om mee te beginnen: 30 cc per dag. Dat komt overeen met zes theelepels of twee eetlepels. Net iets minder dan een borrelglaasje. Ann Wigmore beveelt aan die kleine hoeveelheid rustig (in de loop van een aantal weken) uit te bouwen tot twee of zelfs vier keer 30 cc per dag. Alles naar eigen behoefte en inzicht.

Waar teel ik tarwegras in?
Alles kan: van plastic ijsbakjes tot de plastic onderbakken die tuincentra verkopen om onder plantenbakken te plaatsen. Ann Wigmore gaf de voorkeur aan dienbladen, mits die diep genoeg zijn om 2,5 centimeter aarde te bergen. Een goed alternatief (hoewel een stuk kleiner) zijn de kweekbakken die elk tuincentrum verkoopt - zo'n 22 x 37 cm.
De Natuurlijke Molen verkoopt ronde aarwerken schalen met zeef van edelstaal, speciaal voor het kweken van tarwegras. Deze heeft als voordeel dat er geen aarde bij nodig is.
Een pond tarwe is genoeg voor tien porties sap.

Aarde of water?
Daar zijn de meningen over verdeeld. De eerste dagen heeft het zaadje genoeg aan zichzelf. Maar omdat tarwegras zo'n zeven tot twaalf dagen groeit, ging Ann Wigmore er als vanzelfsprekend vanuit dat het plantje ook voeding van buiten nodig zou hebben.

Hoe pers ik het sap uit tarwegras?
De simpelste en goedkoopste manier is kauwen. Met de vezels zelf kunnen mensen overigens niks. Langdurig kauwen op de stengel is minder aan te raden, vanwege het enorme absorptievermogen van het sap.
Er zijn tal van handpersen en elektrische apparaten in de handel die speciaal voor tarwegras zijn gemaakt. Gewone sapmachines zijn ongeschikt.
De Greenstar en Solostar zijn geschikt voor het persen van tarwegras, maar ook de bessenmolen is er goed voor. (kijk bij sapmachines op onze site).

Hoe kom ik aan graan?
Biologische tarwe in de natuurvoedingswinkel. Een alternatief is kamut, een oervorm van onze tarwe. Nog niet zo lang geleden herontdekt.

Hoe begin ik?
Een hoeveelheid tarwe 12 uur weken. Vervolgens laten ontkiemen in aanhangend water in een schuin op de kop gezette glazen pot. Wij verkopen speciale kiemglazen hiervoor (zie bij kiemen op onze site).
Daarna de licht gekiemde tarwe gelijkmatig uitstrooien op een laag potgrond of op de zeef van de tarwegrasschaal (ideaal liggen de korrels zij aan zij), beetje aandrukken en afdekken met een paar lagen vochtig keukenpapier en een laag plastic er bovenop (in het donker kiemt de tarwe beter en de afdekking houdt het vocht vast). Of - bij gebruik van een kweekbak - de schuifjes dichtdoen van de bijbehorende koepel en die donker wegzetten. Of - bij gebruik van een dienblad - afdekken met een tweede dienblad.
Na drie dagen in ieder geval weer water geven (regel tijdens de hele teelt: niet te nat, niet te droog) en in 'indirect' licht plaatsen. Direct zonlicht geeft een minder malse stengel. Tarwegras telen in een koud seizoen? Zorg dat het water niet te koud is, een scheut heet water in de gieter of de waterverstuiver helpt.
Oogsten als de stengels zo'n 15 cm. zijn. Het officiele advies is: oogsten als er onderin een zijstengeltje ontstaat.


Rejuvalec
In de schaduw van het tarwegrassap, is dit één van de gouden standaardbrouwsels van het life-food-dieet. Een bijzonder enzymrijk drankje, een tarwe aftreksel. Een weldaad voor de spijsvertering genoemd. Wigmore: "Zo voedzaam dat het eigenlijk niet als drank, maar als voeding geafficheerd zou moeten worden". Het is bijzonder simpel te bereiden, maar de bereidingswijze blijkt per boek te verschillen. Het eenvoudigste recept vinden we in Wigmore's boeken: een kop gewassen tarwe in drie of vier koppen water 48 uur laten staan. Dezelfde tarwe kan nog een tweede en derde keer worden gebruikt. Dan is 24 uur voldoende. Als basis voor rejuvalec kan (in plaats van geweekte tarwe) ook tarwe genomen worden die na het weken een dag heeft gekiemd.

Dit artikel is afkomstig uit het tijdschrift Vruchtbare Aarde

www.vruchtbareaarde.nl